Loskomen van belemmerende gedachtenpatronen

gezinsfundament-456Als christenen willen we graag leven in de vrijheid en genade die God voor ons heeft. Hij heeft ons lief, Hij houdt van ons, zorgt voor ons en heeft goede plannen voor ons leven. Toch kunnen we soms merken, dat iets in ons het tegendeel beweert. Bijvoorbeeld, als we in de kerk horen dat God ons overvloed belooft, kan iets in ons steeds maar weer lijken te zeggen: “Maar ik ben het niet waard om in overvloed te leven.” Of: “Nou, ik merk er anders niks van, ik leid gebrek, ik heb het zeker niet verdiend.” Vaak zijn we het ons niet eens bewust dat we deze gedachten hebben. Maar ze remmen ons wel in ons leven met God. Ze voorkomen dat we ten volle genieten van wat Hij voor ons heeft.

Het lastige is hierbij dat we met ons verstand wel wéten dat het leugens zijn, maar dat het toch op de één of andere manier niet lijkt te lukken om ze aan de kant te zetten. Het lijkt te gaan om iets dat dieper in ons ligt opgeslagen, een onbewust proces. Alsof je met ketenen vastzit en maar niet vrij kunt komen. Waar komen deze onbewuste belemmeringen vandaan en hoe kunnen we er van los komen?

Deze vasthoudende, onbewuste gedachten, komen vaak voort uit ervaringen in het verleden. Dit kan bijvoorbeeld het beeld zijn dat je hebt van je ouders. Een groot deel van het beeld dat we van God hebben, baseren we wanneer we opgroeien op het beeld dat we hebben van onze ouders. Als onze ouders liefdevol en genadig zijn, dan kunnen we makkelijk bevatten dat God ook een liefdevolle en genadige Vader is. Maar als onze ouders kritisch zijn, dan is het veel moeilijker om te bevatten dat God wél genadig is. We kunnen ons dan niet zo goed voorstellen hoe dat is, dat iemand genadig voor ons is.

De ervaringen die we hebben van het steeds maar weer kritiek ontvangen, slaan we op. We gaan geloven dat dit is hoe het leven ‘werkt’: kritiek hoort er kennelijk bij. Als je dan hoort dat God liefdevol en genadig is, dan merk je wellicht dat je het moeilijk vindt om hier echt op te vertrouwen. Door de verkeerde verwachtingen die we hebben van het leven en van God, interpreteren we dingen die gebeuren op de verkeerde manier. Als er iets mis gaat, zeg je in gedachten misschien wel: “Zie je wel dat God niet van me houdt.” Ook andere mensen dan onze ouders kunnen bijdragen aan een verkeerd beeld van God.

Zelf heb ik dit ook meegemaakt. Aan het eind van de basisschool en het begin van de middelbare school kreeg ik regelmatig negatieve opmerkingen over mijn uiterlijk. Ik werd uitgelachen omdat de kleding die ik droeg niet paste bij de laatste mode en mijn haar niet mooi zat. Hierdoor heb ik opgeslagen dat ik niet mooi ben. Ik merk dat dit me tot op de dag van vandaag soms nog belemmert. Als ik in de Bijbel lees dat God me mooi heeft gemaakt, dan weet ik met mijn verstand wel dat dit waar is, maar is er ook iets in mij dat dit steeds opnieuw weer in twijfel trekt.

Gelukkig is het mogelijk om van deze onbewuste ketenen vrij te komen! Jesaja 61:1b zegt: “Hij heeft Mij gezonden […] om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis”. Hoe doe je dit? Sommige mensen zal het lukken om gewoon tegen zichzelf te zeggen dat het onzin is en de leugens overboord kunnen gooien. Maar als dat niet lukt, volg dan dit stappenplan:

  1. Neem een moment dat je alleen bent.
  2. Zeg hardop tegen God dat je gelooft dat Hij liefdevol is (of je mooi gemaakt heeft, of …), maar dat je dit moeilijk vindt te bevatten omdat je in het verleden andere ervaringen op hebt gedaan.
  3. Stel je voor dat degene die jou het verkeerde beeld heeft gegeven (je ouders, je klasgenoot) voor je staat.
  4. Zeg hardop: “Mam, je was altijd kritisch tegen mij en daardoor heb ik een verkeerd beeld van God gekregen. Maar ik vergeef je in Jezus’ naam.”
  5. Zorg dat je dit echt van harte kunt zeggen. Vind je dit moeilijk? Dan kan dit plaatje er bij helpen: denk aan Jezus die aan het kruis hangt en aan jou en je moeder (of vader, klasgenoot, …). Zet in gedachten Jezus tussen die persoon en jou in; en zie voor je dat de kritiek die die persoon uit, op Jezus terecht komt. Dit helpt je om te beseffen dat Jezus het voor je heeft gedragen. Ook kan het helpen om je te beseffen dat die persoon het meestal niet expres deed om jou pijn te doen, maar omdat diegene niet wist hoe hij wel goed kon reageren in de situatie.
  6. Dank God voor het tegengestelde van je pijn, dus in mijn voorbeeld: “Dank U wel dat U mij mooi gemaakt hebt”. In de Bijbel staat dat geloof komt door het horen van het Woord (Romeinen 10:17). Als je het hardop uitspreekt, dan ga je het zelf steeds beter geloven.
  7. Blijf dit volhouden: steeds wanneer je toch weer met de negatieve gedachte of belemmering geconfronteerd wordt, spreek je vergeving uit en dank je God voor Zijn waarheid. Je kunt het zien als een ui die uit vele lagen bestaat: elke keer dat je vergeeft, valt er weer een velletje af. Een deelnemer van één van onze seminars vertelde dat ze dan een briefje ophing waar ze op had gezet dat ze iemand wilde vergeven. Steeds als ze er langs liep, werd ze er aan herinnerd en vergaf ze die persoon opnieuw. Zo ga je door tot de hele ‘ui’ weg is. Op dat moment ben je helemaal vrij, en zul je merken dat je de belemmerende gedachten niet meer hebt.

Vrij komen van onze belemmerende gedachten zal niet alleen ons, maar ook onze kinderen zegenen. Want als we maar moeilijk kunnen geloven dat we zélf geliefd, mooi, kostbaar, waardevol en gezegend zijn, dan is het ook moeilijker om dit aan onze kinderen door te geven. Neem de uitdaging aan en ga ervoor om in de volle vrijheid van Christus te gaan leven; zodat je deze ook volledig door kunt geven aan je kinderen!

Imke