Financiën II – op God vertrouwen

Vorige week ben ik begonnen met een serie blogs over financiën. We hebben toen gezien dat God ons graag overvloedig wil zegenen. Ook zagen we dat de duivel kwam om ons hiervan te beroven. Het belangrijkste dat we kunnen doen om de duivel buiten de deur te houden, is ons vertrouwen op God stellen. Daar ga ik deze week dieper op in: hoe kun je God vertrouwen voor voorziening? Dit alles met het oog op een financieel gezond gezin, waarin wij en onze kinderen voldoende hebben om van te leven, om van het leven te kunnen genieten en om weg te kunnen geven aan anderen.

Om ons te helpen God te vertrouwen, staat in Mattheüs 6:25-34 beschreven dat de mussen en de lelies niet eens werken voor hun voedsel en hun kleding en dat God hen toch voldoende geeft. Hoeveel te meer zal God ons, Zijn kinderen, dan wel niet voorzien in wat we nodig hebben? Daar mogen we ons aan vasthouden en steeds weer aan denken. God is onze Vader en een Vader zorgt voor Zijn kinderen. Een Vader geeft Zijn kinderen wat ze nodig hebben. Een Vader voorziet.

Vind je het lastig hierop te vertrouwen? Vertel dit dan eerst eerlijk aan God en ga daarna hardop uitspreken: “Dank U Vader, dat U een God bent die goed voor Zijn kinderen zorgt. Dank U dat U ervoor zorgt dat we nooit iets tekort komen.” Zelfs als dit nog geen werkelijkheid is in je leven, mag je dit gaan uitspreken, want geloof komt door het horen (Romeinen 10:17). Je zult gaan zien dat door dit vaker uit te spreken, je ook meer voorziening zult gaan zien in je leven.

Een andere kant van het vertrouwen op God, is dat je niet vertrouwt op je geld. Juist mensen die wél voldoende geld hebben, kunnen geneigd zijn zich daar aan vast te houden. Het geld geeft hen de zekerheid dat het goed komt met hen. Maar dat is niet wat God graag wil, Hij wil dat we alléén Hem vertrouwen voor voorziening. Lees maar eens in Spreuken 11:28 of in Prediker 5:11.

Bij het vertrouwen op God, hoort mijns inziens ook rentmeesterschap. Dat betekent dat we ons bewust zijn dat we alles wat we hebben, van God hebben gekregen. Ons salaris hebben we weliswaar van onze werkgever gekregen, maar God heeft ons de vaardigheden, de talenten en de energie gegeven om te kunnen werken, dus eigenlijk hebben we het van God gekregen. Onze spullen zijn ook van God. We mogen daar goed mee omgaan. Dingen die we niet gebruiken, verkopen we of geven we weg, zodat iemand anders er weer van kan genieten. Bewustzijn hiervan maakt ons ook dankbaar voor wat God ons allemaal (al wél) gegeven heeft. Ik dank God bijvoorbeeld regelmatig voor een warme douche of voor een huis om in te mogen wonen. Wat een zegeningen! Door je meer te gaan focussen op wat we al hebben ontvangen, wordt ons vertrouwen op God ook groter.

Ons vertrouwen hoeft niet alleen te gaan over voorziening voor onze basisbehoeften (eten, drinken en onderdak) maar mag ook gaan over voorziening voor overvloed. Jezus zei niet voor niets: “Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben.” Denk eens na: hoeveel zou jij graag van God willen ontvangen? Een mooi verhaal in de Bijbel dat aansluit bij deze vraag, lezen we in 2 Koningen 4. Het gaat over een vrouw die met schulden zat en de schuldeiser dreigde om haar zoons mee te nemen als slaven. Wat ze wel in huis had, was een kruikje met olie. Elisa droeg haar op om lege kruiken te gaan verzamelen en daar de olie in te gieten. Dat deed ze, samen met haar zonen. Er gebeurde een wonder: vanuit dat kleine beetje olie, kon ze alle kruiken vol schenken. De olie kon ze verkopen en zo haar schulden aflossen. Maar toen de kruiken die ze verzameld had vol waren, hield de olie op met stromen. Als ze dus nog meer lege kruiken had gehad, had ze die ook met olie kunnen vullen. Hieruit kun je de vraag halen: hoeveel lege kruiken zet jij neer die God kan vullen?

In de Bijbel lezen we nog een aantal voorbeelden van mensen die een groot vertrouwen hadden in Gods voorziening. De weduwe van Zarfath bijvoorbeeld in 1 Koningen 17, die het laatste dat ze had aan Elia (een profeet van God) gaf, omdat ze geloofde dat God daarna zou voorzien. En de vrouw in Marcus 12:41-44 die heel haar levensonderhoud in de offerkist wierp. Wat een geloofsvertrouwen! Zij wisten écht wat het was om van God afhankelijk te zijn voor voorziening. Lukt het jou ook om God zo te vertrouwen? Wat we ook zien is dat beide vrouwen weggaven wat ze hadden. Een daad waarmee ze hun vertrouwen in God bevestigden. Volgende week gaan we verder in op het geven. De week daarna zullen we ontdekken hoe we onze kinderen een goede financiële opvoeding kunnen meegeven.