Empathie ontwikkelen

Gezinsfundament (48)Het tweede gebod dat God ons leert is om onze naasten lief te hebben als onszelf. Dat kunnen we alleen als we empathie hebben: de mogelijkheid om de emoties en behoeften van een ander te begrijpen. We willen onze kinderen ook graag leren om empathisch te zijn en hun naasten lief te hebben. Kleine kinderen zijn echter van nature egoïstisch: ze willen niet dat andere kinderen met hun speelgoed spelen en als een ander iets heeft, willen zij dat ook. Hoe kunnen we de ontwikkeling van empathie stimuleren bij onze kinderen? Hoe dragen we er aan bij dat onze kinderen met een behulpzaam hart in het leven zullen staan?

Volgens onderzoekers ontwikkelt empathie zich in drie fasen:

  1. Baby’s gaan huilen wanneer een andere baby huilt. Het huilen werkt aanstekelijk. Ze kunnen echter nog niet onderscheiden met wie er nu eigenlijk iets aan de hand is – ze ervaren zichzelf nog als één met de ander. Ze kruipen zelf naar hun eigen moeder toe om troost te zoeken en zijn nog niet in staat om de ander te helpen.
  2. Peuters kunnen zichzelf onderscheiden van de andere persoon, ze begrijpen dat zij iemand anders zijn dan die ander. Ze gaan ook meer doelbewust handelen, bijvoorbeeld naar een baby toegaan die overstuur is en hem aaien, of een speelgoedje geven. Hierbij houden ze echter nog geen rekening met de werkelijke behoeften van de ander: ze halen bijvoorbeeld hun eigen moeder of hun eigen favoriete speelgoed om het andere kind te troosten. Kinderen zijn cognitief gezien nog niet in staat tot echte empathie.
  3. In de kleuterfase worden kinderen steeds beter in staat om het perspectief van de ander in te nemen en zich in te leven in de ander. Daardoor kunnen ze ook beter reageren op de behoeften van de ander. Dat wil nog niet zeggen dat ze dat ook altijd doen. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat ze denken dat een volwassene het kind wel zal troosten. Naarmate kinderen ouder worden, gaan ze vaker zelf anderen helpen.

Dus vanaf de kleuterperiode kunnen we empathie gaan zien bij onze kinderen en dit gaan stimuleren. Een aantal tips:

  • Laat zelf empathie zien naar je kind toe. Als je kind ervaart dat jij zijn behoeften begrijpt en erin voorziet, zal hij beter in staat zijn anderen te helpen.
  • Laat zelf empathie zien naar anderen toe. Het goede voorbeeld geven werkt altijd stimulerend. Kinderen doen hun ouders graag na.
  • Als anderen in nood zijn: leg aan je kind uit wat er aan de hand is en waarom diegene overstuur is. Leg ook uit hoe je kind het andere kind zou kunnen helpen. Door je uitleg, gaat je kind de situatie beter begrijpen en wordt voor hem duidelijk wat hij zou kunnen doen.
  • Met oudere kinderen (basisschoolleeftijd) is het goed om zo nu en dan situaties op te zoeken waarin mensen hulp nodig hebben. Ga met je kinderen een dagje vrijwilligerswerk doen in een asielzoekerscentrum, wandelen met verstandelijk gehandicapten, rolstoelsporten met kinderen met een lichamelijke beperking, voedsel uitdelen op de voedselbank of de tuin doen bij iemand die ziek is. Je kunt hiervoor terecht bij een landelijke organisatie, zoals NLdoet of het Maatjesproject, maar waarschijnlijk zijn er bij jou in de buurt ook wel organisaties waar je zoiets zou kunnen doen. Help je kinderen hierbij om zich in te leven in de ander en te ontdekken hoe de ander echt leeft. Dit kun je doen door hen de ruimte te geven een band op te bouwen met die asielzoeker, gehandicapte of zieke persoon. Wanneer ze in vriendschap dingen samen gaan doen, gaan ze ontdekken dat bepaalde dingen die voor jouw kind vanzelfsprekend zijn (bijvoorbeeld zelf douchen of met vriendjes kunnen communiceren) voor die ander niet vanzelfsprekend zijn.
  • Leer je kinderen om de grenzen van anderen te respecteren en te waarderen. Wanneer een vriendje niet wil spelen omdat hij gaat logeren en je kind dit jammer vindt, leg dan uit dat hij zelf ook wel eens niet kan spelen. Wanneer opa niet meer mee wil gaan fietsen omdat dit fysiek niet meer lukt, help je kind dan om dit te begrijpen en te zoeken naar iets anders dat hij met opa kan gaan doen. In situaties waarin kinderen met de grenzen van anderen te maken hebben, leren ze empathie en de ander oprecht lief te hebben. Blij zijn met iemand als die ander doet wat jij wilt, is makkelijk. Maar wanneer die ander niet doet wat jij wilt, is dit een uitdaging, waar je kinderen in kunnen groeien. Dit staat ook mooi beschreven in Jakobus 1:2-3 “Beste broeders, is uw leven vol moeilijkheden en verleidingen? Wees dan maar blij; want als de weg ruw is, kan uw geduld groeien. Laat uw geduld dus toenemen en probeer niet de problemen te ontlopen. Als uw geduld volgroeid is, zult u alles aankunnen en een sterk en zuiver karakter hebben.”

Veel succes en plezier met het ontwikkelen van een sterk en mooi karakter, vol empathie, in je kinderen!

Imke