Pinksteren: aan de slag met de Heilige Geest!

Vorige week vierden we Hemelvaart. Jezus beloofde nog vóór Hij naar de hemel oprees, dat Hij ons niet alleen achter zou laten, maar de Heilige Geest naar ons toe zou zenden. Dat gebeurde vervolgens met Pinksteren. Wat betekent het nu dat de Heilige Geest is uitgestort, wat kunnen we daarmee en hoe kun je dat aan je kinderen uitleggen en hier samen met hen mee aan de slag gaan?

Ik deelde vorige week dat Jezus Zijn taak aan ons delegeerde door ons de Heilige Geest te sturen. Toen Hij Zelf op aarde was, kon Hij maar op één plek tegelijk zijn en dus maar op één plek mensen bemoedigen, genezen en bevrijden. Hij wilde echter dat wij dit allemaal zouden gaan doen. Hiervoor gaf Hij ons de Heilige Geest. Die gaf ons kracht hiervoor, zie bijvoorbeeld Handelingen 1:8. Wij mogen, net als Jezus, mensen bemoedigen, genezen en bevrijden. In Johannes 14:12 zegt Jezus zelfs: “Luister goed, wie op Mij vertrouwt, zal dezelfde dingen doen als Ik. Zelfs nog grotere, want Ik ga naar de Vader.” Volgens Jezus zijn wij in staat nog méér te doen dan Hij op aarde deed.

Maar hoe doe je die dingen dan? Het zijn nogal wat dingen die Jezus deed en de Heilige Geest geeft ons de mogelijkheid veel dingen te doen (zie Marcus 16:15-18). Daarom heb ik er één uitgekozen, waar ik vandaag op inzoom: het bemoedigen van mensen. Jezus sprak altijd positief en opbouwend wanneer Hij met mensen sprak. Hij veroordeelde niemand maar toonde juist Zijn liefde. In 1 Corinthiërs 14:1 lezen we dat één van de gaven van de Heilige Geest het spreken namens God is: “Laat de liefde uw doel zijn, maar streef ook naar de gaven van de Geest, in het bijzonder naar het spreken namens God.” In vers 3 staat: “Wie woorden van God doorgeeft, spreekt de mensen opbouwend, bemoedigend en troostend toe.” Mensen bemoedigen is dus een uitingsvorm van het spreken namens God.

Het is erg fijn om mensen te bemoedigen en op te bouwen. Ieder mens heeft bevestiging en bemoediging nodig. Weten dat je goed bent zoals je bent, dat mensen je waarderen, dat je op de goede weg bent. Maar soms ook woorden die je richting geven als je zelf even niet meer ziet welke kant op te gaan. Gisteren mocht ik een vriendin bemoedigen. Zij zat er even doorheen en ik kon haar bemoedigen met een aantal tips om anders naar dingen te kijken. Ik ervaarde echt dat God door me heen sprak toen ik deze dingen tegen haar zei. Ze kwamen zomaar ineens in mijn gedachten. Spreken namens God hoeft dus helemaal niet iets heel geestelijks en moeilijks te zijn, maar kan heel eenvoudig zitten in het spreken van opbouwende woorden, iets wat je waarschijnlijk regelmatig al doet. Maar soms heb je van die momenten, zoals ik gisteren, dat je echt merkt dat God door je heen spreekt. Misschien herken je het wel.

Als je je kinderen gaat uitleggen wat we met Pinksteren vieren, is het leuk om het verhaal van de uitstorting van de Heilige Geest voor te lezen en te bespreken (Handelingen 2). Daarnaast mag je ook met je kinderen de gave van het doorgeven van de woorden van God, verder ontdekken. Waarschijnlijk geven je kinderen Gods woorden ongemerkt al door. Ze zeggen net dat ene wat jij even nodig hebt om te horen. Of ze vrolijken iemand op die het moeilijk heeft. Door te benoemen dat je ervaart dat God door hen heen spreekt, help je ze te herkennen dat ze bezig zijn met het doorgeven van woorden van God. Je mag ze uitleggen dat de Heilige Geest in hen woont en hen de ideeën geeft wat we tegen iemand kunnen zeggen die bemoediging nodig heeft. Laat één van je kinderen 1 Corinthiërs 14:1 en 3 voorlezen en bespreek met elkaar wat er staat.

Omdat kinderen nog beter leren wanneer je dingen visueel maakt, kun je hier een leuke objectles van maken. Neem twee rugzakken of tassen en knip van tevoren allemaal hartjes uit rood papier en allemaal pijlen uit zwart papier. Doe de pijlen in de ene rugzak en de hartjes in de andere. Leg de tas met hartjes nog even weg. Schrijf daarnaast Jesaja 50:4a uit op kaartjes: voor elk kind één en één grote om ergens neer te zetten in huis. Vertel je kinderen dat we soms de neiging hebben om gemene dingen te zeggen tegen anderen. Vraag of ze dit herkennen. Ze hebben vast wel eens (per ongeluk of express) iets vervelends gezegd tegen iemand anders. Noem zelf ook een voorbeeld van een keer dat jij iets negatiefs tegen iemand hebt gezegd. We doen anderen daar pijn mee. Het zijn net gemene pijlen. Neem de rugzak met de pijlen erin en haal er een pijl uit, die je aan je kinderen laat zien. Haal nog een paar pijlen uit de rugzak en leg uit dat we regelmatig vervelende dingen in gedachten kunnen krijgen om tegen anderen te zeggen. Vraag hoe ze dit vinden. Het is niet leuk om anderen hier pijn mee te doen.

Leg uit dat als we vrienden worden met Jezus, Hij ons vervult met de Heilige Geest. Op dat moment krijgen we als het ware een nieuwe rugzak. Doe de pijlen weer in de rugzak en wissel hem om voor de rugzak met de hartjes. Neem er een hartje uit en vraag je kinderen wat ze denken dat dit betekent. Leg uit dat het hartje betekent dat we vanaf nu, doordat de Heilige Geest in ons woont, mooie dingen in gedachten zullen krijgen om te zeggen tegen mensen. We mogen aardige dingen zeggen tegen mensen, dingen die fijn zijn om te horen, dingen waar anderen blij van worden. Vraag of ze pas nog iets aardigs tegen iemand hebben gezegd. Haal nog meer hartjes uit de rugzak. Leg je kinderen uit dat de Heilige Geest in ons, ons vol maakt met positieve woorden om te zeggen tegen mensen. God vindt het fijn als we anderen opbouwen en bemoedigen. Dan zeggen we dezelfde dingen die Hij tegen de mensen zou zeggen. Lees als voorbeeld Mattheüs 8:5-10 voor, waar Jezus iets heel moois zegt over de Romeinse officier. Zo mogen wij ook aardige dingen over en tegen anderen zeggen.

Daag je kinderen uit aan om andere mensen te bemoedigen de komende periode. Als geheugensteun, geef je hen de kaartjes met Jesaja 50:4a erop. Of laat ze de tekst zelf opschrijven en mooi versieren. Bespeek ook hoe je dit zou kunnen doen. Je kunt mensen bijvoorbeeld complimentjes geven over iets wat ze hebben gedaan of over hoe ze eruit zien. Of je kunt vertellen dat God van hen houdt en bij hen is, bijvoorbeeld als ze bang zijn. Om je kinderen extra aan te moedigen in het spreken van positieve woorden, zou je hen de komende week dagelijks bij het avondeten kunnen vragen tegen wie ze die dag aardige dingen hebben gezegd en hoe het was om dat te doen. Wat je ook kunt doen, is er tijdens het Pinksterweekend een wedstrijdje van maken om zoveel mogelijk aardige dingen tegen elkaar te zeggen binnen jullie gezin.

Veel plezier met het doorgeven van de woorden van God en een fijne, gezegende Pinksteren gewenst!

Imke